Opruimende ouders

O

Waarom uitstellen zo prettig kan zijn

In de auto geef ik mijn lief een high five. Ik heb bij mijn ouders gegeten en heb de doos met oude spullen in de gang laten staan. Met een geslaagde afleidingsmanoeuvre heb ik het meenemen van mijn puberprul uitgesteld. De dans ontsprongen, voor nu. Raampje open, zwaai, luchtkus.

Mijn ouders gingen er vroeger vanuit dat spullen die in de weg lagen meegenomen werden. Spullen die in de weg wérden gelegd. Zoals sokken op de trap, die hintten naar de wasmachine op zolder. Wanneer deze hint niet werkte, en mijn broer, zus en ik óver de sokken heen naar zolder liepen, werd er expliciet naar verwezen: ‘Willen jullie meenemen wat er op de trap ligt?’ Als ook deze manier niet werkte volgden er eigenlijk geen consequenties. Misschien geen schone sokken, maar niks waar een puber van onder de indruk raakt.

Inmiddels woon ik in een volwassen huis, zo eentje met een hypotheek, en hoef ik niet meer op het meenemen van spullen gewezen te worden. Ik ben twaalf jaar geleden uitgevlogen, maar veel van mijn spullen liggen nog in mijn ouderlijk huis. Mijn skates, mijn fotolijsten en mijn dag- en plakboeken zijn niet meeverhuisd naar mijn twaalf vierkante studentenmeters in Utrecht. Ze pasten ook niet in mijn eenpersoonsappartement voor twee in Rotterdam. Helaas heb ik sinds een paar jaar ruimte. Ruimte, maar ook overzicht, zonder behoefte aan troeptoevoer.

Het komt voor dat ik bij een bezoek aan mijn ouders een doos in de gang vind. Als ik hem bij binnenkomst zie staan loop ik erlangs. Mijn moeder geeft een impliciete meeneeminstructie: ‘Ik heb je Cd’s uitgezocht en in een doos gestopt.’ Ik denk aan alle euro’s die ik heb uitgegeven aan dingen die thuis in geen enkel apparaat meer passen.

Het lastige is dat het mijn spullen zijn: mijn zooi, dus mijn zorg. Vroeg of laat moet ik bepalen of ik tekeningen, rapporten en handgeschreven liefdesbrieven weggooi of niet. En indien niet, dan wel over vijf jaar? Of moeten mijn kleinkinderen later ook weten welk uitmuntend cijfer ik haalde voor wiskunde, hoe mijn eerste vriendje eruitzag en naar welke feestjes ik ging?

Daarom begin ik ook bij het weggaan niet over de doos, die ik vakkundig naar de hoek van de gang heb geschoven. Komt ‘ie wel ter sprake, zoals laatste, zwicht ik en ben ik een hele zaterdag zoet. Op een kleed op mijn dakterras ligt een omgekiepte doos vol herinneringen. Ik weet weer dat ik vroeger één keer in de twee weken kon zien hoeveel geld er op mijn rekening stond, dat mijn haar ooit turquoise was en welke songteksten ik al had geschreven voor mijn doorbraak als muzikant.

Ik wil nog helemaal niet beslissen over wat er met deze spullen moet, maar besef dat dit niet altijd zo kan blijven. Op een dag zal ik een aantal dozen op mijn stoep vinden, misschien zelfs met een cd-speler erbij. Maar tot het zover is, koester ik de archieffunctie van het ouderlijk huis.

Over de auteur

Reageer

Door Carolien

Recente verhalen

Categorieën

Recente reacties

Archief