Uit het raam

U

Ik had maar niet verteld dat ik nog nooit een luier had verschoond (of eigenlijk een kind, de luier blijft meestal vies). Het zou onnodige zorgen van mijn schoonzus voorkomen en bovendien, wat kan daar nou moeilijk aan zijn? Ik ging oppassen en het verliep ongeveer zo.

Op een vrije vrijdagmiddag bied ik mij aan als toezichthouder in het huis van mijn schoonzus en haar man, waar ik drie drukke draakjes een aantal uren in de gaten moet houden. Twee van de drie, mijn nichtje (van 6) en neefje 1 (van 3), zijn zichtbaar blij met de komst van Tatte Ca. Ik krijg tekeningen, kusjes en de gehele speelgoedinventaris aangeboden. Als ik denk dat ik als toezichthouder kom, heb ik het mis: ik ben het entertainment van vanmiddag.

Het vermaken gaat me goed af. We bouwen de tuin om tot skatebaan, doen wie het meeste water over zich heen durft te gooien en eten knakworstjes met zonder brood, met ketchup. Mijn jurk is om ijsjes op te laten lekken (…) en mijn haren om staarten in te maken. Tot onze pret verstoord wordt door neefje 2 (van 1), dat laat horen dat zijn middagslaap voorbij is.

Boven tref ik een vrolijk mestbommetje aan. Uitgeslapen en uitgepoept. Het jongste blondje kijkt me lachend aan en steekt zijn armen naar me uit. Ik leg hem op de commode. Dit is het moment. Neefje 2 kijkt me aan en lijkt te willen zeggen: ‘Veel succes met mij.’ Het kost me tien doekjes om de schade te herstellen, en ik vraag me af waarom luiers alleen om billen heen zitten: mijn neefje heeft een uitscheidingsbereik tot aan zijn oksels.

Ondertussen links van mij neefje 1, stuiterend: ‘Wanneer gaan we weer vadertjemoedertje spelen?’ Rechts het nichtje, dat buiten wil gaan fietsen: ‘Gewoon tot aan de speeltuin, helemaal niet ver!’ Het kan kennelijk niet zo zijn dat hun broertje ineens alle aandacht krijgt.

Voordat het entertainmentprogramma verder kan gaan, zit ik met een praktisch probleem: ik moet mijn lekkende luier ergens kwijt en zie zo snel geen prullenbak. Als ik aan neefje 1 vraag waar zijn moeder de vieze luiers laat, zegt hij: ‘Die gooit ze uit het raam!’. Ik raadpleeg het oudere, wijzere, nichtje: ‘Mama gooit de luiers uit het raam!’, bevestigt ze de opmerking van haar broertje. Dit moeten ze met elkaar afgesproken hebben. Ik laat de luier liggen waar hij ligt.

’s Middags picknicken we in het park. Mijn nichtje en neefjes maken alle drie even mooie tekeningen, krijgen even grote ijsjes en mogen even lang bij mij op schoot zitten. Ik haal oneetbare zaken uit monden, geef kusjes waar het pijn doet en hou iedereen in leven. Ik ben stapelgek op deze liefjes, maar ben blij als mijn zwager thuiskomt.

Voldaan, met een hersteld kapsel en een koud biertje, vertel ik hem hoe zijn kinderen me voor de gek hebben gehouden. ‘Ze beweren dat jullie de luiers uit het raam gooien.’ ‘Klopt,’ zegt hij, ‘de grijze container staat er precies onder.’

Over de auteur

2 reacties

Laat een reactie achter op Martijn Annuleer reactie

Door Carolien

Recente verhalen

Categorieën

Recente reacties

Archief