Hoofdzaak bootcamp

H

‘OK girls, het wordt een linker upper, een rechter hoek en een hoge kick op links. Drie minuten herhalen en daarna tien keer opdrukken. Ready, set? GO!’ – is één van de instructies die ik op maandagavond moet opvolgen, als ik samen met een aantal andere vrouwen afgemat word tijdens een lesje kickboks-bootcamp. Hoewel deze sport ooit bedoeld was om Amerikaanse soldaten klaar te stomen voor actie, ervaar ik de vijf kwartier bewegen op maandagavond als ultiem ontspannen. Misschien omdat ik geen kisten aan hoef, omdat ik niet uitgescholden word en ik mag stoppen als ik geen zin meer heb. Maar toch.

De pauzeknop van mijn brein vond ik zo’n twee jaar geleden, bij de Kralingse plas. Hier sloot ik aan bij een groepje vrouwen dat in hoog tempo schopt, rent, en squat. Begeleid door een workout playlist van Spotify en een trainer die snapt wat de bedoeling is. Ik kocht een legging, propte mijn haren in een elastiekje en werk me sinds die tijd één keer per week in het zweet. In de zomer bij de Kralingse plas en in de winter in een speeltuin bij de Kipstraat. Er is altijd plek. En wanneer ons bankje bezet wordt door wat hangende heren, verdwijnen deze vanzelf als we onze bokshandschoenen aan doen. Waarschijnlijk vanwege onze indrukwekkende uitstraling, maar ook vanwege onze odeur. Deze liegt er niet om; wie twijfelt over de aanschaf van een eigen paar bokshandschoenen, steekt zijn neus in een veelgebruikte uitleenset en is overtuigd.

Bootcamp zou grensverleggend moeten zijn. Je moet afzien, pijn lijden en fysiek sterker worden. Dat laatste is best waar: zo stond ik in het begin nog lief tegen een kussen te schoppen, zo kan ik nu menig deur opentrappen met mijn push kick (poes kick, voor wie vergeet waar te mikken). Toch is maandagavond voor mij verre van afzien. Op de fiets ernaartoe vergeet ik mijn vaak onnodige hoofdzaken. Overpeinzingen verdwijnen als ik me concentreer op crunches, burpees en andere heerlijke hersenloze activiteiten waarvoor het bloed enkel in de spieren nodig is. Zelfs als we onze sprintjes in de regen moeten trekken, kan ik alleen maar lachen. En mijn grijns wordt gebruikt als graadmeter: zolang Carolien lacht, kan de oefening nog wel een tandje zwaarder, langer of harder. Handig om te weten.

Helaas moet onze trainer onder het mes, waardoor ons gedachteloze genot voorlopig niet door kan gaan. En je weet pas wat je mist als het er niet meer is. Want geen Netflix, geen roman, zelfs geen potje tennis kan op tegen het fijne stoom afblazen op maandagavond. Wie lacht mij nu uit om mijn balletachtige jump lunches? Wie vraagt mij nu zo snel mogelijk zeventig hoeken te geven? En op wie moet ik nu kwaad worden vanwege een onverwacht buikspierkwartier? Ik voel me als Rose, bibberend op een drijvend stuk hout: ‘Jack, come back!’  

Over de auteur

Reageer

Door Carolien

Recente verhalen

Categorieën

Recente reacties

Archief