File

F

Er staat file tussen Rotterdam en Voorburg. Het halve uurtje duurt minstens het dubbele. Ik ben op weg naar opa. Die is dood. Opa, die met mij stroopwafelkruimeltjes haalt op de markt, die mijn hand vasthoudt als we over de liefde praten en die mij Isabel noemt in plaats van Carolien. Hij vindt mij een Zuid-Europese dame, met mijn donkere haren. Hij is er niet meer.

Mijn kleine auto zit opvallend comfortabel. Ik heb ongepoetste tanden en ben make-uploos. In hevige haast vertrokken en nu in kruipende kalmte verder. De motor bromt, de wind waait zachtjes en het knipperlicht tikt af en toe. Verder is het doodstil. In mijn wagentje, op het asfalt van de A4, is opa nog even van mij alleen.

Straks zal ik oma omhelzen, mama kussen en de rest van de familie groeten. Maar ik zou tegen opa’s schouder willen leunen, zijn hand willen vastpakken en hem vragen of ik goede keuzes heb gemaakt. Daarna zullen we hem in een kist leggen, zal papa deze dichtschroeven en zal oma gillen van de pijn. Ze zal schreeuwend tegenwerken als we haar bibberende lijf van de kist af proberen te halen.

Er staat godzijdank file tussen Rotterdam en Voorburg. Over een uur heet ik alleen nog maar Carolien.

Over de auteur

Reageer

Door Carolien

Recente verhalen

Categorieën

Recente reacties

Archief