De onbekende weg

D

Ik probeer Erik te zoenen. ‘Je bent wel al de derde van de avond’ vertelt hij me. We staan in het weiland naast de schuur waarin het feest gaande is. ‘Dat is prima’, zeg ik hem, wat aardig dat hij me hierover inlicht. Iedereen wil met Erik zoenen, en Erik met iedereen. Achterblijven is eigenlijk geen optie. Al was het maar om zijn hoeveelheid tong, de nattigheid van zijn lippen en de plek van zijn handen te kunnen bespreken met mijn vriendinnen.

Beijerlandse tienerfeesten vinden meestal plaats op de Oude Grintweg. Vanaf het huis van mijn ouders een vertrouwd halfuurtje fietsen. Soms is er iemand jarig of geslaagd, maar meestal is het gewoon zaterdagavond. Na een middag karbonades hakken in de slagerij sta ik te hossen in een schuur, kroeg of woonkamer. Hormonaal spannend, maar veilig met een groep vrienden. Volgens moeders regel word ik thuisgebracht; op papier en soms ook daadwerkelijk.

In Utrecht word ik niet thuisgebracht. Wanneer ik op mijn achttiende het puberparadijs verlaat en naar de stad verhuis, moet ik ’s nachts zelf thuis zien te komen. Dit gaat de eerste avond al mis. Na een huisfeest van een mogelijk nieuwe vriendin, heb ik geen idee meer waar ik woon. In plaats van aan het einde van de dijk linksaf heb ik keuze uit talloze wegen, wijken en windrichtingen. Na twee uur fietsen vind ik een herkenbare voordeur waar mijn sleutel in past. Voor mezelf zorgen blijkt eenzaam: zonder vrienden, zonder ouderlijk huis, zonder bekende weg. Gelukkig is het van korte duur.

Ik heb het individuele stadsleven omarmd en de polderpret met liefde ingewisseld voor city chique. Soms hormonaal spannend, en meestal veilig met een groep vrienden. Maar liever een warme kroeg dan een koud weiland. Liever niet hossen, daarvoor zijn mijn hakken te duur, en zoenen: dat doe ik alleen wanneer ik de eerste ben. Het is een kwartier fietsen naar de lokale slager; morgen maar weer eens een karbonaadje.

Over de auteur

Reageer

Door Carolien

Recente verhalen

Categorieën

Recente reacties

Archief